Vertaling van kaarten

Inhoud:

Nederlands
Engels
fiche, kaartje [o], kaart (mv. kaarten) [v] {zn.}
card 
filing card
slip 
index card
Wat is de cash-limiet voor deze kaart?
What's the cash limit on this card?
kaart (mv. kaarten) [v] {zn.}
map 
card 
Dit is een kaart.
This is a map.
Er hangt een kaart aan de muur.
There is a map on the wall.
kaart (mv. kaarten) [v], landkaart [v] {zn.}
map 
Kijk naar de landkaart op pagina 25.
Look at the map on page 25.
Waar kan ik een kaart kopen?
Where can I get a map?
menukaart [m] (de ~), menu [m] (de/het ~), spijskaart [m] (de ~), kaart (mv. kaarten) [m] (de ~) {zn.}
bill of fare
card
carte
carte du jour
menu
kaart (mv. kaarten) {zn.}
add-in
board
card
circuit board
circuit card
plug-in
speelkaart [m] (de ~), kaart (mv. kaarten) [m] (de ~) {zn.}
card
kaart (mv. kaarten) [m] (de ~) {zn.}
card
toegangsbewijs [o] (het ~), entreebewijs [o] (het ~), entreebiljet [o] (het ~), kaart (mv. kaarten), kaartje, entreekaart [m] (de ~) {zn.}
ticket
Vergeet het kaartje niet.
Don't forget the ticket.
Heb je een kaartje?
Do you have a ticket?
kaart (mv. kaarten) [m] (de ~) {zn.}
map
Xueyou heeft een kaart van China vast.
Xueyou is holding a map of China.
Een kaart helpt ons bij de studie van de aardrijkskunde.
A map helps us study geography.
ansichtkaart [m] (de ~), ansicht [m] (de ~), kaart (mv. kaarten), prentbriefkaart [m] (de ~), prentkaart {zn.}
postal card
mailing-card
post card
postcard
kaart (mv. kaarten) {zn.}
deal
hand

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Heb je echt gratis kaarten voor het concert?

Do you really have free tickets for the concert?

"Ik heb zin om te kaarten." "Ik ook."

"I feel like playing cards." "So do I."

Je kan niet verdwaald raken in grote steden; er zijn overal kaarten!

You can't get lost in big cities; there are maps everywhere!