Vervoeging van aanfloepen

Onbepaalde wijs (infinitief): aanfloepen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het floept aan
    • zij floepen aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het floepte aan
    • zij floepten aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is aangefloept
    • zij zijn aangefloept
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was aangefloept
    • zij waren aangefloept
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal aanfloepen
    • zij zult aanfloepen
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal aangefloept zijn
    • zij zult aangefloept zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal aanfloepen
    • zij zullen aanfloepen
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn aangefloept
    • zij zullen zijn aangefloept

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van aanfloepen