Vervoeging van aangeven


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik geef aan
    • jij geeft aan
    • hij/zij/het geeft aan
    • wij geven aan
    • jullie geven aan
    • zij geven aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik gaf aan
    • jij gaf aan
    • hij/zij/het gaf aan
    • wij gaven aan
    • jullie gaven aan
    • zij gaven aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb aangegeven
    • jij hebt aangegeven
    • hij/zij/het heeft aangegeven
    • wij hebben aangegeven
    • jullie hebben aangegeven
    • zij hebben aangegeven
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had aangegeven
    • jij had aangegeven
    • hij/zij/het had aangegeven
    • wij hadden aangegeven
    • jullie hadden aangegeven
    • zij hadden aangegeven
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aangeven
    • jij zult aangeven
    • hij/zij/het zal aangeven
    • wij zullen aangeven
    • jullie zullen aangeven
    • zij zullen aangeven
  • Toekomende tijd II

    • ik zal aangegeven hebben
    • jij zult aangegeven hebben
    • hij/zij/het zal aangegeven hebben
    • wij zullen aangegeven hebben
    • jullie zullen aangegeven hebben
    • zij zullen aangegeven hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aangeven
    • jij zou aangeven
    • hij/zij/het zou aangeven
    • wij zouden aangeven
    • jullie zouden aangeven
    • zij zouden aangeven
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben aangegeven
    • jij zou hebben aangegeven
    • hij/zij/het zou hebben aangegeven
    • wij zouden hebben aangegeven
    • jullie zouden hebben aangegeven
    • zij zouden hebben aangegeven
  • Imperatief

    • jij geef aan
    • jullie geeft aan

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van aangeven