Vervoeging van achterhalen

Onbepaalde wijs (infinitief): achterhalen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik achterhaal
    • jij achterhaalt
    • hij/zij/het achterhaalt
    • wij achterhalen
    • jullie achterhalen
    • zij achterhalen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik achterhaalde
    • jij achterhaalde
    • hij/zij/het achterhaalde
    • wij achterhaalden
    • jullie achterhaalden
    • zij achterhaalden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb achterhaald
    • jij hebt achterhaald
    • hij/zij/het heeft achterhaald
    • wij hebben achterhaald
    • jullie hebben achterhaald
    • zij hebben achterhaald
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had achterhaald
    • jij had achterhaald
    • hij/zij/het had achterhaald
    • wij hadden achterhaald
    • jullie hadden achterhaald
    • zij hadden achterhaald
  • Toekomende tijd I

    • ik zal achterhalen
    • jij zult achterhalen
    • hij/zij/het zal achterhalen
    • wij zullen achterhalen
    • jullie zullen achterhalen
    • zij zullen achterhalen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal achterhaald hebben
    • jij zult achterhaald hebben
    • hij/zij/het zal achterhaald hebben
    • wij zullen achterhaald hebben
    • jullie zullen achterhaald hebben
    • zij zullen achterhaald hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou achterhalen
    • jij zou achterhalen
    • hij/zij/het zou achterhalen
    • wij zouden achterhalen
    • jullie zouden achterhalen
    • zij zouden achterhalen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben achterhaald
    • jij zou hebben achterhaald
    • hij/zij/het zou hebben achterhaald
    • wij zouden hebben achterhaald
    • jullie zouden hebben achterhaald
    • zij zouden hebben achterhaald
  • Imperatief

    • jij achterhaal
    • jullie achterhaalt

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van achterhalen