Vervoeging van afficheren

Onbepaalde wijs (infinitief): afficheren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik afficheer
    • jij afficheert
    • hij/zij/het afficheert
    • wij afficheren
    • jullie afficheren
    • zij afficheren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik afficheerde
    • jij afficheerde
    • hij/zij/het afficheerde
    • wij afficheerden
    • jullie afficheerden
    • zij afficheerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geafficheerd
    • jij hebt geafficheerd
    • hij/zij/het heeft geafficheerd
    • wij hebben geafficheerd
    • jullie hebben geafficheerd
    • zij hebben geafficheerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geafficheerd
    • jij had geafficheerd
    • hij/zij/het had geafficheerd
    • wij hadden geafficheerd
    • jullie hadden geafficheerd
    • zij hadden geafficheerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal afficheren
    • jij zult afficheren
    • hij/zij/het zal afficheren
    • wij zullen afficheren
    • jullie zullen afficheren
    • zij zullen afficheren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geafficheerd hebben
    • jij zult geafficheerd hebben
    • hij/zij/het zal geafficheerd hebben
    • wij zullen geafficheerd hebben
    • jullie zullen geafficheerd hebben
    • zij zullen geafficheerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou afficheren
    • jij zou afficheren
    • hij/zij/het zou afficheren
    • wij zouden afficheren
    • jullie zouden afficheren
    • zij zouden afficheren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geafficheerd
    • jij zou hebben geafficheerd
    • hij/zij/het zou hebben geafficheerd
    • wij zouden hebben geafficheerd
    • jullie zouden hebben geafficheerd
    • zij zouden hebben geafficheerd
  • Imperatief

    • jij afficheer
    • jullie afficheert

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van afficheren