Vervoeging van afkalven


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het kalft af
    • zij kalven af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het kalfde af
    • zij kalfden af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft afgekalfd
    • zij hebben afgekalfd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had afgekalfd
    • zij hadden afgekalfd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal afkalven
    • zij zult afkalven
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal afgekalfd hebben
    • zij zult afgekalfd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal afkalven
    • zij zullen afkalven
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben afgekalfd
    • zij zullen hebben afgekalfd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van afkalven