Vervoeging van afspatten


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het spat af
    • zij spatten af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het spatte af
    • zij spatten af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is afgespat
    • zij zijn afgespat
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was afgespat
    • zij waren afgespat
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal afspatten
    • zij zult afspatten
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal afgespat zijn
    • zij zult afgespat zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal afspatten
    • zij zullen afspatten
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn afgespat
    • zij zullen zijn afgespat

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van afspatten