Vervoeging van afzweren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het zweert af
    • zij zweren af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het zwoor af
    • zij zworen af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is afgezworen
    • zij zijn afgezworen
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was afgezworen
    • zij waren afgezworen
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal afzweren
    • zij zult afzweren
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal afgezworen zijn
    • zij zult afgezworen zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal afzweren
    • zij zullen afzweren
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn afgezworen
    • zij zullen zijn afgezworen

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van afzweren