Vervoeging van bewolken


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het bewolkt
    • zij bewolken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het bewolkte
    • zij bewolkten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft bewolkt
    • zij hebben bewolkt
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had bewolkt
    • zij hadden bewolkt
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal bewolken
    • zij zult bewolken
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal bewolkt hebben
    • zij zult bewolkt hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal bewolken
    • zij zullen bewolken
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben bewolkt
    • zij zullen hebben bewolkt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van bewolken