Vervoeging van boycotten


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik boycot
    • jij boycot
    • hij/zij/het boycot
    • wij boycotten
    • jullie boycotten
    • zij boycotten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik boycotte
    • jij boycotte
    • hij/zij/het boycotte
    • wij boycotten
    • jullie boycotten
    • zij boycotten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geboycot
    • jij hebt geboycot
    • hij/zij/het heeft geboycot
    • wij hebben geboycot
    • jullie hebben geboycot
    • zij hebben geboycot
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geboycot
    • jij had geboycot
    • hij/zij/het had geboycot
    • wij hadden geboycot
    • jullie hadden geboycot
    • zij hadden geboycot
  • Toekomende tijd I

    • ik zal boycotten
    • jij zult boycotten
    • hij/zij/het zal boycotten
    • wij zullen boycotten
    • jullie zullen boycotten
    • zij zullen boycotten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geboycot hebben
    • jij zult geboycot hebben
    • hij/zij/het zal geboycot hebben
    • wij zullen geboycot hebben
    • jullie zullen geboycot hebben
    • zij zullen geboycot hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou boycotten
    • jij zou boycotten
    • hij/zij/het zou boycotten
    • wij zouden boycotten
    • jullie zouden boycotten
    • zij zouden boycotten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geboycot
    • jij zou hebben geboycot
    • hij/zij/het zou hebben geboycot
    • wij zouden hebben geboycot
    • jullie zouden hebben geboycot
    • zij zouden hebben geboycot
  • Imperatief

    • jij boycot
    • jullie boycot

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van boycotten