Vervoeging van cijferen

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik cijfer
    • jij cijfert
    • hij/zij/het cijfert
    • wij cijferen
    • jullie cijferen
    • zij cijferen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik cijferde
    • jij cijferde
    • hij/zij/het cijferde
    • wij cijferden
    • jullie cijferden
    • zij cijferden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gecijferd
    • jij hebt gecijferd
    • hij/zij/het heeft gecijferd
    • wij hebben gecijferd
    • jullie hebben gecijferd
    • zij hebben gecijferd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gecijferd
    • jij had gecijferd
    • hij/zij/het had gecijferd
    • wij hadden gecijferd
    • jullie hadden gecijferd
    • zij hadden gecijferd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal cijferen
    • jij zult cijferen
    • hij/zij/het zal cijferen
    • wij zullen cijferen
    • jullie zullen cijferen
    • zij zullen cijferen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gecijferd hebben
    • jij zult gecijferd hebben
    • hij/zij/het zal gecijferd hebben
    • wij zullen gecijferd hebben
    • jullie zullen gecijferd hebben
    • zij zullen gecijferd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou cijferen
    • jij zou cijferen
    • hij/zij/het zou cijferen
    • wij zouden cijferen
    • jullie zouden cijferen
    • zij zouden cijferen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gecijferd
    • jij zou hebben gecijferd
    • hij/zij/het zou hebben gecijferd
    • wij zouden hebben gecijferd
    • jullie zouden hebben gecijferd
    • zij zouden hebben gecijferd
  • Imperatief

    • jij cijfer
    • jullie cijfert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van cijferen