Vervoeging van defileren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik defileer
    • jij defileert
    • hij/zij/het defileert
    • wij defileren
    • jullie defileren
    • zij defileren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik defileerde
    • jij defileerde
    • hij/zij/het defileerde
    • wij defileerden
    • jullie defileerden
    • zij defileerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gedefileerd
    • jij hebt gedefileerd
    • hij/zij/het heeft gedefileerd
    • wij hebben gedefileerd
    • jullie hebben gedefileerd
    • zij hebben gedefileerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gedefileerd
    • jij had gedefileerd
    • hij/zij/het had gedefileerd
    • wij hadden gedefileerd
    • jullie hadden gedefileerd
    • zij hadden gedefileerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal defileren
    • jij zult defileren
    • hij/zij/het zal defileren
    • wij zullen defileren
    • jullie zullen defileren
    • zij zullen defileren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gedefileerd hebben
    • jij zult gedefileerd hebben
    • hij/zij/het zal gedefileerd hebben
    • wij zullen gedefileerd hebben
    • jullie zullen gedefileerd hebben
    • zij zullen gedefileerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou defileren
    • jij zou defileren
    • hij/zij/het zou defileren
    • wij zouden defileren
    • jullie zouden defileren
    • zij zouden defileren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gedefileerd
    • jij zou hebben gedefileerd
    • hij/zij/het zou hebben gedefileerd
    • wij zouden hebben gedefileerd
    • jullie zouden hebben gedefileerd
    • zij zouden hebben gedefileerd
  • Imperatief

    • jij defileer
    • jullie defileert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van defileren