Vervoeging van dichtgaan


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het gaat dicht
    • zij gaan dicht
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het ging dicht
    • zij gingen dicht
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is dichtgegaan
    • zij zijn dichtgegaan
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was dichtgegaan
    • zij waren dichtgegaan
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal dichtgaan
    • zij zult dichtgaan
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal dichtgegaan zijn
    • zij zult dichtgegaan zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal dichtgaan
    • zij zullen dichtgaan
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn dichtgegaan
    • zij zullen zijn dichtgegaan

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van dichtgaan