Vervoeging van dichtgroeien

Onbepaalde wijs (infinitief): dichtgroeien
  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het groeit dicht
    • zij groeien dicht
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het groeide dicht
    • zij groeiden dicht
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is dichtgegroeid
    • zij zijn dichtgegroeid
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was dichtgegroeid
    • zij waren dichtgegroeid
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal dichtgroeien
    • zij zult dichtgroeien
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal dichtgegroeid zijn
    • zij zult dichtgegroeid zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal dichtgroeien
    • zij zullen dichtgroeien
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn dichtgegroeid
    • zij zullen zijn dichtgegroeid

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van dichtgroeien