Vervoeging van dupliceren

Onbepaalde wijs (infinitief): dupliceren

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik dupliceer
    • jij dupliceert
    • hij/zij/het dupliceert
    • wij dupliceren
    • jullie dupliceren
    • zij dupliceren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik dupliceerde
    • jij dupliceerde
    • hij/zij/het dupliceerde
    • wij dupliceerden
    • jullie dupliceerden
    • zij dupliceerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gedupliceerd
    • jij hebt gedupliceerd
    • hij/zij/het heeft gedupliceerd
    • wij hebben gedupliceerd
    • jullie hebben gedupliceerd
    • zij hebben gedupliceerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gedupliceerd
    • jij had gedupliceerd
    • hij/zij/het had gedupliceerd
    • wij hadden gedupliceerd
    • jullie hadden gedupliceerd
    • zij hadden gedupliceerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal dupliceren
    • jij zult dupliceren
    • hij/zij/het zal dupliceren
    • wij zullen dupliceren
    • jullie zullen dupliceren
    • zij zullen dupliceren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gedupliceerd hebben
    • jij zult gedupliceerd hebben
    • hij/zij/het zal gedupliceerd hebben
    • wij zullen gedupliceerd hebben
    • jullie zullen gedupliceerd hebben
    • zij zullen gedupliceerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou dupliceren
    • jij zou dupliceren
    • hij/zij/het zou dupliceren
    • wij zouden dupliceren
    • jullie zouden dupliceren
    • zij zouden dupliceren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gedupliceerd
    • jij zou hebben gedupliceerd
    • hij/zij/het zou hebben gedupliceerd
    • wij zouden hebben gedupliceerd
    • jullie zouden hebben gedupliceerd
    • zij zouden hebben gedupliceerd
  • Imperatief

    • jij dupliceer
    • jullie dupliceert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van dupliceren