Vervoeging van etteren

Vertaling: supurar

Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het ettert
  • zij etteren

Indicativo presente

  • él/ella supura
  • ellos/ellas supuran

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het etterde
  • zij etterden

Indefinido

  • él/ella supuró
  • ellos/ellas supuraron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft geëtterd
  • zij hebben geëtterd

Pretérito perfecto compuesto

  • él/ella ha supurado
  • ellos/ellas han supurado

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had geëtterd
  • zij hadden geëtterd

Pluscuamperfecto

  • él/ella había supurado
  • ellos/ellas habían supurado

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal etteren
  • zij zullen etteren

Futuro I

  • él/ella supurará
  • ellos/ellas supurarán

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal geëtterd hebben
  • zij zullen geëtterd hebben

Futuro perfecto

  • él/ella habrá supurado
  • ellos/ellas habrán supurado

Conditionalis I

  • hij/zij/het zou etteren
  • zij zouden etteren

Condicional

  • él/ella supuraría
  • ellos/ellas supurarían

Conditionalis II

  • hij/zij/het zou hebben geëtterd
  • zij zouden hebben geëtterd

Condicional perfecto

  • él/ella habría supurado
  • ellos/ellas habrían supurado

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van etteren