Vervoeging van graaien
Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik graai
- jij graait
- hij/zij/het graait
- wij graaien
- jullie graaien
- zij graaien
Onvoltooid verleden tijd
- ik graaide
- jij graaide
- hij/zij/het graaide
- wij graaiden
- jullie graaiden
- zij graaiden
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb gegraaid
- jij hebt gegraaid
- hij/zij/het heeft gegraaid
- wij hebben gegraaid
- jullie hebben gegraaid
- zij hebben gegraaid
Voltooid verleden tijd
- ik had gegraaid
- jij had gegraaid
- hij/zij/het had gegraaid
- wij hadden gegraaid
- jullie hadden gegraaid
- zij hadden gegraaid
Toekomende tijd I
- ik zal graaien
- jij zult graaien
- hij/zij/het zal graaien
- wij zullen graaien
- jullie zullen graaien
- zij zullen graaien
Toekomende tijd II
- ik zal gegraaid hebben
- jij zult gegraaid hebben
- hij/zij/het zal gegraaid hebben
- wij zullen gegraaid hebben
- jullie zullen gegraaid hebben
- zij zullen gegraaid hebben
Conditionalis I
- ik zou graaien
- jij zou graaien
- hij/zij/het zou graaien
- wij zouden graaien
- jullie zouden graaien
- zij zouden graaien
Conditionalis II
- ik zou hebben gegraaid
- jij zou hebben gegraaid
- hij/zij/het zou hebben gegraaid
- wij zouden hebben gegraaid
- jullie zouden hebben gegraaid
- zij zouden hebben gegraaid
Imperatief
- jij graai
- jullie graait