Vervoeging van hagelen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het hagelt
    • zij hagelen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het hagelde
    • zij hagelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft gehageld
    • zij hebben gehageld
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had gehageld
    • zij hadden gehageld
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal hagelen
    • zij zult hagelen
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal gehageld hebben
    • zij zult gehageld hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal hagelen
    • zij zullen hagelen
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben gehageld
    • zij zullen hebben gehageld

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van hagelen