Vervoeging van karakteriseren

Onbepaalde wijs (infinitief): karakteriseren
  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik karakteriseer
    • jij karakteriseert
    • hij/zij/het karakteriseert
    • wij karakteriseren
    • jullie karakteriseren
    • zij karakteriseren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik karakteriseerde
    • jij karakteriseerde
    • hij/zij/het karakteriseerde
    • wij karakteriseerden
    • jullie karakteriseerden
    • zij karakteriseerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gekarakteriseerd
    • jij hebt gekarakteriseerd
    • hij/zij/het heeft gekarakteriseerd
    • wij hebben gekarakteriseerd
    • jullie hebben gekarakteriseerd
    • zij hebben gekarakteriseerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gekarakteriseerd
    • jij had gekarakteriseerd
    • hij/zij/het had gekarakteriseerd
    • wij hadden gekarakteriseerd
    • jullie hadden gekarakteriseerd
    • zij hadden gekarakteriseerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal karakteriseren
    • jij zult karakteriseren
    • hij/zij/het zal karakteriseren
    • wij zullen karakteriseren
    • jullie zullen karakteriseren
    • zij zullen karakteriseren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gekarakteriseerd hebben
    • jij zult gekarakteriseerd hebben
    • hij/zij/het zal gekarakteriseerd hebben
    • wij zullen gekarakteriseerd hebben
    • jullie zullen gekarakteriseerd hebben
    • zij zullen gekarakteriseerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou karakteriseren
    • jij zou karakteriseren
    • hij/zij/het zou karakteriseren
    • wij zouden karakteriseren
    • jullie zouden karakteriseren
    • zij zouden karakteriseren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gekarakteriseerd
    • jij zou hebben gekarakteriseerd
    • hij/zij/het zou hebben gekarakteriseerd
    • wij zouden hebben gekarakteriseerd
    • jullie zouden hebben gekarakteriseerd
    • zij zouden hebben gekarakteriseerd
  • Imperatief

    • jij karakteriseer
    • jullie karakteriseert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van karakteriseren