Vervoeging van karikaturiseren

Onbepaalde wijs (infinitief): karikaturiseren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik karikaturiseer
    • jij karikaturiseert
    • hij/zij/het karikaturiseert
    • wij karikaturiseren
    • jullie karikaturiseren
    • zij karikaturiseren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik karikaturiseerde
    • jij karikaturiseerde
    • hij/zij/het karikaturiseerde
    • wij karikaturiseerden
    • jullie karikaturiseerden
    • zij karikaturiseerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gekarikaturiseerd
    • jij hebt gekarikaturiseerd
    • hij/zij/het heeft gekarikaturiseerd
    • wij hebben gekarikaturiseerd
    • jullie hebben gekarikaturiseerd
    • zij hebben gekarikaturiseerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gekarikaturiseerd
    • jij had gekarikaturiseerd
    • hij/zij/het had gekarikaturiseerd
    • wij hadden gekarikaturiseerd
    • jullie hadden gekarikaturiseerd
    • zij hadden gekarikaturiseerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal karikaturiseren
    • jij zult karikaturiseren
    • hij/zij/het zal karikaturiseren
    • wij zullen karikaturiseren
    • jullie zullen karikaturiseren
    • zij zullen karikaturiseren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gekarikaturiseerd hebben
    • jij zult gekarikaturiseerd hebben
    • hij/zij/het zal gekarikaturiseerd hebben
    • wij zullen gekarikaturiseerd hebben
    • jullie zullen gekarikaturiseerd hebben
    • zij zullen gekarikaturiseerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou karikaturiseren
    • jij zou karikaturiseren
    • hij/zij/het zou karikaturiseren
    • wij zouden karikaturiseren
    • jullie zouden karikaturiseren
    • zij zouden karikaturiseren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gekarikaturiseerd
    • jij zou hebben gekarikaturiseerd
    • hij/zij/het zou hebben gekarikaturiseerd
    • wij zouden hebben gekarikaturiseerd
    • jullie zouden hebben gekarikaturiseerd
    • zij zouden hebben gekarikaturiseerd
  • Imperatief

    • jij karikaturiseer
    • jullie karikaturiseert