Vervoeging van kromliggen

Onbepaalde wijs (infinitief): kromliggen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik lig krom
    • jij ligt krom
    • hij/zij/het ligt krom
    • wij liggen krom
    • jullie liggen krom
    • zij liggen krom
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik lag krom
    • jij lag krom
    • hij/zij/het lag krom
    • wij lagen krom
    • jullie lagen krom
    • zij lagen krom
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb kromgelegen
    • jij hebt kromgelegen
    • hij/zij/het heeft kromgelegen
    • wij hebben kromgelegen
    • jullie hebben kromgelegen
    • zij hebben kromgelegen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had kromgelegen
    • jij had kromgelegen
    • hij/zij/het had kromgelegen
    • wij hadden kromgelegen
    • jullie hadden kromgelegen
    • zij hadden kromgelegen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal kromliggen
    • jij zult kromliggen
    • hij/zij/het zal kromliggen
    • wij zullen kromliggen
    • jullie zullen kromliggen
    • zij zullen kromliggen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal kromgelegen hebben
    • jij zult kromgelegen hebben
    • hij/zij/het zal kromgelegen hebben
    • wij zullen kromgelegen hebben
    • jullie zullen kromgelegen hebben
    • zij zullen kromgelegen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou kromliggen
    • jij zou kromliggen
    • hij/zij/het zou kromliggen
    • wij zouden kromliggen
    • jullie zouden kromliggen
    • zij zouden kromliggen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben kromgelegen
    • jij zou hebben kromgelegen
    • hij/zij/het zou hebben kromgelegen
    • wij zouden hebben kromgelegen
    • jullie zouden hebben kromgelegen
    • zij zouden hebben kromgelegen
  • Imperatief

    • jij lig krom
    • jullie ligt krom

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van kromliggen