Vervoeging van lay-outen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik lay-out
    • jij lay-out
    • hij/zij/het lay-out
    • wij lay-outen
    • jullie lay-outen
    • zij lay-outen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik lay-oute
    • jij lay-oute
    • hij/zij/het lay-oute
    • wij lay-outen
    • jullie lay-outen
    • zij lay-outen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gelay-out
    • jij hebt gelay-out
    • hij/zij/het heeft gelay-out
    • wij hebben gelay-out
    • jullie hebben gelay-out
    • zij hebben gelay-out
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gelay-out
    • jij had gelay-out
    • hij/zij/het had gelay-out
    • wij hadden gelay-out
    • jullie hadden gelay-out
    • zij hadden gelay-out
  • Toekomende tijd I

    • ik zal lay-outen
    • jij zult lay-outen
    • hij/zij/het zal lay-outen
    • wij zullen lay-outen
    • jullie zullen lay-outen
    • zij zullen lay-outen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gelay-out hebben
    • jij zult gelay-out hebben
    • hij/zij/het zal gelay-out hebben
    • wij zullen gelay-out hebben
    • jullie zullen gelay-out hebben
    • zij zullen gelay-out hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou lay-outen
    • jij zou lay-outen
    • hij/zij/het zou lay-outen
    • wij zouden lay-outen
    • jullie zouden lay-outen
    • zij zouden lay-outen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gelay-out
    • jij zou hebben gelay-out
    • hij/zij/het zou hebben gelay-out
    • wij zouden hebben gelay-out
    • jullie zouden hebben gelay-out
    • zij zouden hebben gelay-out
  • Imperatief

    • jij lay-out
    • jullie lay-out