Vervoeging van lekken


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik lek
    • jij lekt
    • hij/zij/het lekt
    • wij lekken
    • jullie lekken
    • zij lekken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik lekte
    • jij lekte
    • hij/zij/het lekte
    • wij lekten
    • jullie lekten
    • zij lekten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gelekt
    • jij hebt gelekt
    • hij/zij/het heeft gelekt
    • wij hebben gelekt
    • jullie hebben gelekt
    • zij hebben gelekt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gelekt
    • jij had gelekt
    • hij/zij/het had gelekt
    • wij hadden gelekt
    • jullie hadden gelekt
    • zij hadden gelekt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal lekken
    • jij zult lekken
    • hij/zij/het zal lekken
    • wij zullen lekken
    • jullie zullen lekken
    • zij zullen lekken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gelekt hebben
    • jij zult gelekt hebben
    • hij/zij/het zal gelekt hebben
    • wij zullen gelekt hebben
    • jullie zullen gelekt hebben
    • zij zullen gelekt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou lekken
    • jij zou lekken
    • hij/zij/het zou lekken
    • wij zouden lekken
    • jullie zouden lekken
    • zij zouden lekken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gelekt
    • jij zou hebben gelekt
    • hij/zij/het zou hebben gelekt
    • wij zouden hebben gelekt
    • jullie zouden hebben gelekt
    • zij zouden hebben gelekt
  • Imperatief

    • jij lek
    • jullie lekt

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van lekken