Vervoeging van middelen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik middel
    • jij middelt
    • hij/zij/het middelt
    • wij middelen
    • jullie middelen
    • zij middelen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik middelde
    • jij middelde
    • hij/zij/het middelde
    • wij middelden
    • jullie middelden
    • zij middelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gemiddeld
    • jij hebt gemiddeld
    • hij/zij/het heeft gemiddeld
    • wij hebben gemiddeld
    • jullie hebben gemiddeld
    • zij hebben gemiddeld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gemiddeld
    • jij had gemiddeld
    • hij/zij/het had gemiddeld
    • wij hadden gemiddeld
    • jullie hadden gemiddeld
    • zij hadden gemiddeld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal middelen
    • jij zult middelen
    • hij/zij/het zal middelen
    • wij zullen middelen
    • jullie zullen middelen
    • zij zullen middelen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gemiddeld hebben
    • jij zult gemiddeld hebben
    • hij/zij/het zal gemiddeld hebben
    • wij zullen gemiddeld hebben
    • jullie zullen gemiddeld hebben
    • zij zullen gemiddeld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou middelen
    • jij zou middelen
    • hij/zij/het zou middelen
    • wij zouden middelen
    • jullie zouden middelen
    • zij zouden middelen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gemiddeld
    • jij zou hebben gemiddeld
    • hij/zij/het zou hebben gemiddeld
    • wij zouden hebben gemiddeld
    • jullie zouden hebben gemiddeld
    • zij zouden hebben gemiddeld
  • Imperatief

    • jij middel
    • jullie middelt