Vervoeging van millimeteren

Onbepaalde wijs (infinitief): millimeteren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik millimeter
    • jij millimetert
    • hij/zij/het millimetert
    • wij millimeteren
    • jullie millimeteren
    • zij millimeteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik millimeterde
    • jij millimeterde
    • hij/zij/het millimeterde
    • wij millimeterden
    • jullie millimeterden
    • zij millimeterden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gemillimeterd
    • jij hebt gemillimeterd
    • hij/zij/het heeft gemillimeterd
    • wij hebben gemillimeterd
    • jullie hebben gemillimeterd
    • zij hebben gemillimeterd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gemillimeterd
    • jij had gemillimeterd
    • hij/zij/het had gemillimeterd
    • wij hadden gemillimeterd
    • jullie hadden gemillimeterd
    • zij hadden gemillimeterd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal millimeteren
    • jij zult millimeteren
    • hij/zij/het zal millimeteren
    • wij zullen millimeteren
    • jullie zullen millimeteren
    • zij zullen millimeteren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gemillimeterd hebben
    • jij zult gemillimeterd hebben
    • hij/zij/het zal gemillimeterd hebben
    • wij zullen gemillimeterd hebben
    • jullie zullen gemillimeterd hebben
    • zij zullen gemillimeterd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou millimeteren
    • jij zou millimeteren
    • hij/zij/het zou millimeteren
    • wij zouden millimeteren
    • jullie zouden millimeteren
    • zij zouden millimeteren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gemillimeterd
    • jij zou hebben gemillimeterd
    • hij/zij/het zou hebben gemillimeterd
    • wij zouden hebben gemillimeterd
    • jullie zouden hebben gemillimeterd
    • zij zouden hebben gemillimeterd
  • Imperatief

    • jij millimeter
    • jullie millimetert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van millimeteren