Vervoeging van misleiden


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik misleid
    • jij misleidt
    • hij/zij/het misleidt
    • wij misleiden
    • jullie misleiden
    • zij misleiden
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik misleidde
    • jij misleidde
    • hij/zij/het misleidde
    • wij misleidden
    • jullie misleidden
    • zij misleidden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb misleid
    • jij hebt misleid
    • hij/zij/het heeft misleid
    • wij hebben misleid
    • jullie hebben misleid
    • zij hebben misleid
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had misleid
    • jij had misleid
    • hij/zij/het had misleid
    • wij hadden misleid
    • jullie hadden misleid
    • zij hadden misleid
  • Toekomende tijd I

    • ik zal misleiden
    • jij zult misleiden
    • hij/zij/het zal misleiden
    • wij zullen misleiden
    • jullie zullen misleiden
    • zij zullen misleiden
  • Toekomende tijd II

    • ik zal misleid hebben
    • jij zult misleid hebben
    • hij/zij/het zal misleid hebben
    • wij zullen misleid hebben
    • jullie zullen misleid hebben
    • zij zullen misleid hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou misleiden
    • jij zou misleiden
    • hij/zij/het zou misleiden
    • wij zouden misleiden
    • jullie zouden misleiden
    • zij zouden misleiden
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben misleid
    • jij zou hebben misleid
    • hij/zij/het zou hebben misleid
    • wij zouden hebben misleid
    • jullie zouden hebben misleid
    • zij zouden hebben misleid
  • Imperatief

    • jij misleid
    • jullie misleidt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van misleiden