Vervoeging van modelleren

Onbepaalde wijs (infinitief): modelleren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik modelleer
    • jij modelleert
    • hij/zij/het modelleert
    • wij modelleren
    • jullie modelleren
    • zij modelleren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik modelleerde
    • jij modelleerde
    • hij/zij/het modelleerde
    • wij modelleerden
    • jullie modelleerden
    • zij modelleerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gemodelleerd
    • jij hebt gemodelleerd
    • hij/zij/het heeft gemodelleerd
    • wij hebben gemodelleerd
    • jullie hebben gemodelleerd
    • zij hebben gemodelleerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gemodelleerd
    • jij had gemodelleerd
    • hij/zij/het had gemodelleerd
    • wij hadden gemodelleerd
    • jullie hadden gemodelleerd
    • zij hadden gemodelleerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal modelleren
    • jij zult modelleren
    • hij/zij/het zal modelleren
    • wij zullen modelleren
    • jullie zullen modelleren
    • zij zullen modelleren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gemodelleerd hebben
    • jij zult gemodelleerd hebben
    • hij/zij/het zal gemodelleerd hebben
    • wij zullen gemodelleerd hebben
    • jullie zullen gemodelleerd hebben
    • zij zullen gemodelleerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou modelleren
    • jij zou modelleren
    • hij/zij/het zou modelleren
    • wij zouden modelleren
    • jullie zouden modelleren
    • zij zouden modelleren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gemodelleerd
    • jij zou hebben gemodelleerd
    • hij/zij/het zou hebben gemodelleerd
    • wij zouden hebben gemodelleerd
    • jullie zouden hebben gemodelleerd
    • zij zouden hebben gemodelleerd
  • Imperatief

    • jij modelleer
    • jullie modelleert

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van modelleren