Vervoeging van mousseren

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het mousseert
    • zij mousseren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het mousseerde
    • zij mousseerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft gemousseerd
    • zij hebben gemousseerd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had gemousseerd
    • zij hadden gemousseerd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal mousseren
    • zij zult mousseren
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal gemousseerd hebben
    • zij zult gemousseerd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal mousseren
    • zij zullen mousseren
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben gemousseerd
    • zij zullen hebben gemousseerd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van mousseren