Vervoeging van nawijzen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik wijs na
    • jij wijst na
    • hij/zij/het wijst na
    • wij wijzen na
    • jullie wijzen na
    • zij wijzen na
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik wees na
    • jij wees na
    • hij/zij/het wees na
    • wij wezen na
    • jullie wezen na
    • zij wezen na
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb nagewezen
    • jij hebt nagewezen
    • hij/zij/het heeft nagewezen
    • wij hebben nagewezen
    • jullie hebben nagewezen
    • zij hebben nagewezen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had nagewezen
    • jij had nagewezen
    • hij/zij/het had nagewezen
    • wij hadden nagewezen
    • jullie hadden nagewezen
    • zij hadden nagewezen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal nawijzen
    • jij zult nawijzen
    • hij/zij/het zal nawijzen
    • wij zullen nawijzen
    • jullie zullen nawijzen
    • zij zullen nawijzen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal nagewezen hebben
    • jij zult nagewezen hebben
    • hij/zij/het zal nagewezen hebben
    • wij zullen nagewezen hebben
    • jullie zullen nagewezen hebben
    • zij zullen nagewezen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou nawijzen
    • jij zou nawijzen
    • hij/zij/het zou nawijzen
    • wij zouden nawijzen
    • jullie zouden nawijzen
    • zij zouden nawijzen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben nagewezen
    • jij zou hebben nagewezen
    • hij/zij/het zou hebben nagewezen
    • wij zouden hebben nagewezen
    • jullie zouden hebben nagewezen
    • zij zouden hebben nagewezen
  • Imperatief

    • jij wijs na
    • jullie wijst na

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van nawijzen