Vervoeging van nomineren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik nomineer
    • jij nomineert
    • hij/zij/het nomineert
    • wij nomineren
    • jullie nomineren
    • zij nomineren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik nomineerde
    • jij nomineerde
    • hij/zij/het nomineerde
    • wij nomineerden
    • jullie nomineerden
    • zij nomineerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb genomineerd
    • jij hebt genomineerd
    • hij/zij/het heeft genomineerd
    • wij hebben genomineerd
    • jullie hebben genomineerd
    • zij hebben genomineerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had genomineerd
    • jij had genomineerd
    • hij/zij/het had genomineerd
    • wij hadden genomineerd
    • jullie hadden genomineerd
    • zij hadden genomineerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal nomineren
    • jij zult nomineren
    • hij/zij/het zal nomineren
    • wij zullen nomineren
    • jullie zullen nomineren
    • zij zullen nomineren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal genomineerd hebben
    • jij zult genomineerd hebben
    • hij/zij/het zal genomineerd hebben
    • wij zullen genomineerd hebben
    • jullie zullen genomineerd hebben
    • zij zullen genomineerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou nomineren
    • jij zou nomineren
    • hij/zij/het zou nomineren
    • wij zouden nomineren
    • jullie zouden nomineren
    • zij zouden nomineren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben genomineerd
    • jij zou hebben genomineerd
    • hij/zij/het zou hebben genomineerd
    • wij zouden hebben genomineerd
    • jullie zouden hebben genomineerd
    • zij zouden hebben genomineerd
  • Imperatief

    • jij nomineer
    • jullie nomineert