Vervoeging van omrollen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik rol om
    • jij rolt om
    • hij/zij/het rolt om
    • wij rollen om
    • jullie rollen om
    • zij rollen om
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik rolde om
    • jij rolde om
    • hij/zij/het rolde om
    • wij rolden om
    • jullie rolden om
    • zij rolden om
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb omgerold
    • jij hebt omgerold
    • hij/zij/het heeft omgerold
    • wij hebben omgerold
    • jullie hebben omgerold
    • zij hebben omgerold
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had omgerold
    • jij had omgerold
    • hij/zij/het had omgerold
    • wij hadden omgerold
    • jullie hadden omgerold
    • zij hadden omgerold
  • Toekomende tijd I

    • ik zal omrollen
    • jij zult omrollen
    • hij/zij/het zal omrollen
    • wij zullen omrollen
    • jullie zullen omrollen
    • zij zullen omrollen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal omgerold hebben
    • jij zult omgerold hebben
    • hij/zij/het zal omgerold hebben
    • wij zullen omgerold hebben
    • jullie zullen omgerold hebben
    • zij zullen omgerold hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou omrollen
    • jij zou omrollen
    • hij/zij/het zou omrollen
    • wij zouden omrollen
    • jullie zouden omrollen
    • zij zouden omrollen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben omgerold
    • jij zou hebben omgerold
    • hij/zij/het zou hebben omgerold
    • wij zouden hebben omgerold
    • jullie zouden hebben omgerold
    • zij zouden hebben omgerold
  • Imperatief

    • jij rol om
    • jullie rolt om

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van omrollen