Vervoeging van potverteren

Onbepaalde wijs (infinitief): potverteren

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het potverteert
    • zij potverteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het potverteerde
    • zij potverteerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft potverteerd
    • zij hebben potverteerd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had potverteerd
    • zij hadden potverteerd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal potverteren
    • zij zult potverteren
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal potverteerd hebben
    • zij zult potverteerd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal potverteren
    • zij zullen potverteren
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben potverteerd
    • zij zullen hebben potverteerd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van potverteren