Vervoeging van preoccuperen

Onbepaalde wijs (infinitief): preoccuperen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het preoccupeert
    • zij preoccuperen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het preoccupeerde
    • zij preoccupeerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft gepreoccupeerd
    • zij hebben gepreoccupeerd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had gepreoccupeerd
    • zij hadden gepreoccupeerd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal preoccuperen
    • zij zult preoccuperen
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal gepreoccupeerd hebben
    • zij zult gepreoccupeerd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal preoccuperen
    • zij zullen preoccuperen
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben gepreoccupeerd
    • zij zullen hebben gepreoccupeerd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van preoccuperen