Vervoeging van prolongeren

Onbepaalde wijs (infinitief): prolongeren

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik prolongeer
    • jij prolongeert
    • hij/zij/het prolongeert
    • wij prolongeren
    • jullie prolongeren
    • zij prolongeren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik prolongeerde
    • jij prolongeerde
    • hij/zij/het prolongeerde
    • wij prolongeerden
    • jullie prolongeerden
    • zij prolongeerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geprolongeerd
    • jij hebt geprolongeerd
    • hij/zij/het heeft geprolongeerd
    • wij hebben geprolongeerd
    • jullie hebben geprolongeerd
    • zij hebben geprolongeerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geprolongeerd
    • jij had geprolongeerd
    • hij/zij/het had geprolongeerd
    • wij hadden geprolongeerd
    • jullie hadden geprolongeerd
    • zij hadden geprolongeerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal prolongeren
    • jij zult prolongeren
    • hij/zij/het zal prolongeren
    • wij zullen prolongeren
    • jullie zullen prolongeren
    • zij zullen prolongeren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geprolongeerd hebben
    • jij zult geprolongeerd hebben
    • hij/zij/het zal geprolongeerd hebben
    • wij zullen geprolongeerd hebben
    • jullie zullen geprolongeerd hebben
    • zij zullen geprolongeerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou prolongeren
    • jij zou prolongeren
    • hij/zij/het zou prolongeren
    • wij zouden prolongeren
    • jullie zouden prolongeren
    • zij zouden prolongeren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geprolongeerd
    • jij zou hebben geprolongeerd
    • hij/zij/het zou hebben geprolongeerd
    • wij zouden hebben geprolongeerd
    • jullie zouden hebben geprolongeerd
    • zij zouden hebben geprolongeerd
  • Imperatief

    • jij prolongeer
    • jullie prolongeert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van prolongeren