Vervoeging van proponeren

Onbepaalde wijs (infinitief): proponeren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik proponeer
    • jij proponeert
    • hij/zij/het proponeert
    • wij proponeren
    • jullie proponeren
    • zij proponeren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik proponeerde
    • jij proponeerde
    • hij/zij/het proponeerde
    • wij proponeerden
    • jullie proponeerden
    • zij proponeerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geproponeerd
    • jij hebt geproponeerd
    • hij/zij/het heeft geproponeerd
    • wij hebben geproponeerd
    • jullie hebben geproponeerd
    • zij hebben geproponeerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geproponeerd
    • jij had geproponeerd
    • hij/zij/het had geproponeerd
    • wij hadden geproponeerd
    • jullie hadden geproponeerd
    • zij hadden geproponeerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal proponeren
    • jij zult proponeren
    • hij/zij/het zal proponeren
    • wij zullen proponeren
    • jullie zullen proponeren
    • zij zullen proponeren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geproponeerd hebben
    • jij zult geproponeerd hebben
    • hij/zij/het zal geproponeerd hebben
    • wij zullen geproponeerd hebben
    • jullie zullen geproponeerd hebben
    • zij zullen geproponeerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou proponeren
    • jij zou proponeren
    • hij/zij/het zou proponeren
    • wij zouden proponeren
    • jullie zouden proponeren
    • zij zouden proponeren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geproponeerd
    • jij zou hebben geproponeerd
    • hij/zij/het zou hebben geproponeerd
    • wij zouden hebben geproponeerd
    • jullie zouden hebben geproponeerd
    • zij zouden hebben geproponeerd
  • Imperatief

    • jij proponeer
    • jullie proponeert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van proponeren