Vervoeging van reserveren

Onbepaalde wijs (infinitief): reserveren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik reserveer
    • jij reserveert
    • hij/zij/het reserveert
    • wij reserveren
    • jullie reserveren
    • zij reserveren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik reserveerde
    • jij reserveerde
    • hij/zij/het reserveerde
    • wij reserveerden
    • jullie reserveerden
    • zij reserveerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gereserveerd
    • jij hebt gereserveerd
    • hij/zij/het heeft gereserveerd
    • wij hebben gereserveerd
    • jullie hebben gereserveerd
    • zij hebben gereserveerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gereserveerd
    • jij had gereserveerd
    • hij/zij/het had gereserveerd
    • wij hadden gereserveerd
    • jullie hadden gereserveerd
    • zij hadden gereserveerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal reserveren
    • jij zult reserveren
    • hij/zij/het zal reserveren
    • wij zullen reserveren
    • jullie zullen reserveren
    • zij zullen reserveren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gereserveerd hebben
    • jij zult gereserveerd hebben
    • hij/zij/het zal gereserveerd hebben
    • wij zullen gereserveerd hebben
    • jullie zullen gereserveerd hebben
    • zij zullen gereserveerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou reserveren
    • jij zou reserveren
    • hij/zij/het zou reserveren
    • wij zouden reserveren
    • jullie zouden reserveren
    • zij zouden reserveren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gereserveerd
    • jij zou hebben gereserveerd
    • hij/zij/het zou hebben gereserveerd
    • wij zouden hebben gereserveerd
    • jullie zouden hebben gereserveerd
    • zij zouden hebben gereserveerd
  • Imperatief

    • jij reserveer
    • jullie reserveert

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van reserveren