Vervoeging van rollen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik rol
    • jij rolt
    • hij/zij/het rolt
    • wij rollen
    • jullie rollen
    • zij rollen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik rolde
    • jij rolde
    • hij/zij/het rolde
    • wij rolden
    • jullie rolden
    • zij rolden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gerold
    • jij hebt gerold
    • hij/zij/het heeft gerold
    • wij hebben gerold
    • jullie hebben gerold
    • zij hebben gerold
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gerold
    • jij had gerold
    • hij/zij/het had gerold
    • wij hadden gerold
    • jullie hadden gerold
    • zij hadden gerold
  • Toekomende tijd I

    • ik zal rollen
    • jij zult rollen
    • hij/zij/het zal rollen
    • wij zullen rollen
    • jullie zullen rollen
    • zij zullen rollen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gerold hebben
    • jij zult gerold hebben
    • hij/zij/het zal gerold hebben
    • wij zullen gerold hebben
    • jullie zullen gerold hebben
    • zij zullen gerold hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou rollen
    • jij zou rollen
    • hij/zij/het zou rollen
    • wij zouden rollen
    • jullie zouden rollen
    • zij zouden rollen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gerold
    • jij zou hebben gerold
    • hij/zij/het zou hebben gerold
    • wij zouden hebben gerold
    • jullie zouden hebben gerold
    • zij zouden hebben gerold
  • Imperatief

    • jij rol
    • jullie rolt

Verwijzingen

Bekijk 10 definitie(s) van rollen