Vervoeging van scheeflopen
Onbepaalde wijs (infinitief): scheeflopen
Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik loop scheef
- jij loopt scheef
- hij/zij/het loopt scheef
- wij lopen scheef
- jullie lopen scheef
- zij lopen scheef
Onvoltooid verleden tijd
- ik liep scheef
- jij liep scheef
- hij/zij/het liep scheef
- wij liepen scheef
- jullie liepen scheef
- zij liepen scheef
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik ben scheefgelopen
- jij bent scheefgelopen
- hij/zij/het is scheefgelopen
- wij zijn scheefgelopen
- jullie zijn scheefgelopen
- zij zijn scheefgelopen
Voltooid verleden tijd
- ik was scheefgelopen
- jij was scheefgelopen
- hij/zij/het was scheefgelopen
- wij waren scheefgelopen
- jullie waren scheefgelopen
- zij waren scheefgelopen
Toekomende tijd I
- ik zal scheeflopen
- jij zult scheeflopen
- hij/zij/het zal scheeflopen
- wij zullen scheeflopen
- jullie zullen scheeflopen
- zij zullen scheeflopen
Toekomende tijd II
- ik zal scheefgelopen zijn
- jij zult scheefgelopen zijn
- hij/zij/het zal scheefgelopen zijn
- wij zullen scheefgelopen zijn
- jullie zullen scheefgelopen zijn
- zij zullen scheefgelopen zijn
Conditionalis I
- ik zou scheeflopen
- jij zou scheeflopen
- hij/zij/het zou scheeflopen
- wij zouden scheeflopen
- jullie zouden scheeflopen
- zij zouden scheeflopen
Conditionalis II
- ik zou zijn scheefgelopen
- jij zou zijn scheefgelopen
- hij/zij/het zou zijn scheefgelopen
- wij zouden zijn scheefgelopen
- jullie zouden zijn scheefgelopen
- zij zouden zijn scheefgelopen
Imperatief
- jij loop scheef
- jullie loopt scheef