Vervoeging van specificeren

Onbepaalde wijs (infinitief): specificeren

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik specificeer
    • jij specificeert
    • hij/zij/het specificeert
    • wij specificeren
    • jullie specificeren
    • zij specificeren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik specificeerde
    • jij specificeerde
    • hij/zij/het specificeerde
    • wij specificeerden
    • jullie specificeerden
    • zij specificeerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gespecificeerd
    • jij hebt gespecificeerd
    • hij/zij/het heeft gespecificeerd
    • wij hebben gespecificeerd
    • jullie hebben gespecificeerd
    • zij hebben gespecificeerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gespecificeerd
    • jij had gespecificeerd
    • hij/zij/het had gespecificeerd
    • wij hadden gespecificeerd
    • jullie hadden gespecificeerd
    • zij hadden gespecificeerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal specificeren
    • jij zult specificeren
    • hij/zij/het zal specificeren
    • wij zullen specificeren
    • jullie zullen specificeren
    • zij zullen specificeren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gespecificeerd hebben
    • jij zult gespecificeerd hebben
    • hij/zij/het zal gespecificeerd hebben
    • wij zullen gespecificeerd hebben
    • jullie zullen gespecificeerd hebben
    • zij zullen gespecificeerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou specificeren
    • jij zou specificeren
    • hij/zij/het zou specificeren
    • wij zouden specificeren
    • jullie zouden specificeren
    • zij zouden specificeren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gespecificeerd
    • jij zou hebben gespecificeerd
    • hij/zij/het zou hebben gespecificeerd
    • wij zouden hebben gespecificeerd
    • jullie zouden hebben gespecificeerd
    • zij zouden hebben gespecificeerd
  • Imperatief

    • jij specificeer
    • jullie specificeert