Vervoeging van teisteren

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het teistert
    • zij teisteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het teisterde
    • zij teisterden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft geteisterd
    • zij hebben geteisterd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had geteisterd
    • zij hadden geteisterd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal teisteren
    • zij zult teisteren
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal geteisterd hebben
    • zij zult geteisterd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal teisteren
    • zij zullen teisteren
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben geteisterd
    • zij zullen hebben geteisterd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van teisteren