Vervoeging van toegeven


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik geef toe
    • jij geeft toe
    • hij/zij/het geeft toe
    • wij geven toe
    • jullie geven toe
    • zij geven toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik gaf toe
    • jij gaf toe
    • hij/zij/het gaf toe
    • wij gaven toe
    • jullie gaven toe
    • zij gaven toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegegeven
    • jij hebt toegegeven
    • hij/zij/het heeft toegegeven
    • wij hebben toegegeven
    • jullie hebben toegegeven
    • zij hebben toegegeven
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegegeven
    • jij had toegegeven
    • hij/zij/het had toegegeven
    • wij hadden toegegeven
    • jullie hadden toegegeven
    • zij hadden toegegeven
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toegeven
    • jij zult toegeven
    • hij/zij/het zal toegeven
    • wij zullen toegeven
    • jullie zullen toegeven
    • zij zullen toegeven
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegegeven hebben
    • jij zult toegegeven hebben
    • hij/zij/het zal toegegeven hebben
    • wij zullen toegegeven hebben
    • jullie zullen toegegeven hebben
    • zij zullen toegegeven hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toegeven
    • jij zou toegeven
    • hij/zij/het zou toegeven
    • wij zouden toegeven
    • jullie zouden toegeven
    • zij zouden toegeven
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegegeven
    • jij zou hebben toegegeven
    • hij/zij/het zou hebben toegegeven
    • wij zouden hebben toegegeven
    • jullie zouden hebben toegegeven
    • zij zouden hebben toegegeven
  • Imperatief

    • jij geef toe
    • jullie geeft toe

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toegeven