Vervoeging van toekennen

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik ken toe
    • jij kent toe
    • hij/zij/het kent toe
    • wij kennen toe
    • jullie kennen toe
    • zij kennen toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kende toe
    • jij kende toe
    • hij/zij/het kende toe
    • wij kenden toe
    • jullie kenden toe
    • zij kenden toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegekend
    • jij hebt toegekend
    • hij/zij/het heeft toegekend
    • wij hebben toegekend
    • jullie hebben toegekend
    • zij hebben toegekend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegekend
    • jij had toegekend
    • hij/zij/het had toegekend
    • wij hadden toegekend
    • jullie hadden toegekend
    • zij hadden toegekend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toekennen
    • jij zult toekennen
    • hij/zij/het zal toekennen
    • wij zullen toekennen
    • jullie zullen toekennen
    • zij zullen toekennen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegekend hebben
    • jij zult toegekend hebben
    • hij/zij/het zal toegekend hebben
    • wij zullen toegekend hebben
    • jullie zullen toegekend hebben
    • zij zullen toegekend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toekennen
    • jij zou toekennen
    • hij/zij/het zou toekennen
    • wij zouden toekennen
    • jullie zouden toekennen
    • zij zouden toekennen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegekend
    • jij zou hebben toegekend
    • hij/zij/het zou hebben toegekend
    • wij zouden hebben toegekend
    • jullie zouden hebben toegekend
    • zij zouden hebben toegekend
  • Imperatief

    • jij ken toe
    • jullie kent toe

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toekennen