Vervoeging van toeknikken

Onbepaalde wijs (infinitief): toeknikken


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik knik toe
    • jij knikt toe
    • hij/zij/het knikt toe
    • wij knikken toe
    • jullie knikken toe
    • zij knikken toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik knikte toe
    • jij knikte toe
    • hij/zij/het knikte toe
    • wij knikten toe
    • jullie knikten toe
    • zij knikten toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegeknikt
    • jij hebt toegeknikt
    • hij/zij/het heeft toegeknikt
    • wij hebben toegeknikt
    • jullie hebben toegeknikt
    • zij hebben toegeknikt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegeknikt
    • jij had toegeknikt
    • hij/zij/het had toegeknikt
    • wij hadden toegeknikt
    • jullie hadden toegeknikt
    • zij hadden toegeknikt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toeknikken
    • jij zult toeknikken
    • hij/zij/het zal toeknikken
    • wij zullen toeknikken
    • jullie zullen toeknikken
    • zij zullen toeknikken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegeknikt hebben
    • jij zult toegeknikt hebben
    • hij/zij/het zal toegeknikt hebben
    • wij zullen toegeknikt hebben
    • jullie zullen toegeknikt hebben
    • zij zullen toegeknikt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toeknikken
    • jij zou toeknikken
    • hij/zij/het zou toeknikken
    • wij zouden toeknikken
    • jullie zouden toeknikken
    • zij zouden toeknikken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegeknikt
    • jij zou hebben toegeknikt
    • hij/zij/het zou hebben toegeknikt
    • wij zouden hebben toegeknikt
    • jullie zouden hebben toegeknikt
    • zij zouden hebben toegeknikt
  • Imperatief

    • jij knik toe
    • jullie knikt toe

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toeknikken