Vervoeging van uitzwermen

Onbepaalde wijs (infinitief): uitzwermen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het zwermt uit
    • zij zwermen uit
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het zwermde uit
    • zij zwermden uit
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is uitgezwermd
    • zij zijn uitgezwermd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was uitgezwermd
    • zij waren uitgezwermd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal uitzwermen
    • zij zult uitzwermen
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal uitgezwermd zijn
    • zij zult uitgezwermd zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal uitzwermen
    • zij zullen uitzwermen
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn uitgezwermd
    • zij zullen zijn uitgezwermd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van uitzwermen