Vervoeging van verdrinken

Onbepaalde wijs (infinitief): verdrinken
  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verdrink
    • jij verdrinkt
    • hij/zij/het verdrinkt
    • wij verdrinken
    • jullie verdrinken
    • zij verdrinken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verdronk
    • jij verdronk
    • hij/zij/het verdronk
    • wij verdronken
    • jullie verdronken
    • zij verdronken
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verdronken
    • jij hebt verdronken
    • hij/zij/het heeft verdronken
    • wij hebben verdronken
    • jullie hebben verdronken
    • zij hebben verdronken
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verdronken
    • jij had verdronken
    • hij/zij/het had verdronken
    • wij hadden verdronken
    • jullie hadden verdronken
    • zij hadden verdronken
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verdrinken
    • jij zult verdrinken
    • hij/zij/het zal verdrinken
    • wij zullen verdrinken
    • jullie zullen verdrinken
    • zij zullen verdrinken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verdronken hebben
    • jij zult verdronken hebben
    • hij/zij/het zal verdronken hebben
    • wij zullen verdronken hebben
    • jullie zullen verdronken hebben
    • zij zullen verdronken hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verdrinken
    • jij zou verdrinken
    • hij/zij/het zou verdrinken
    • wij zouden verdrinken
    • jullie zouden verdrinken
    • zij zouden verdrinken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verdronken
    • jij zou hebben verdronken
    • hij/zij/het zou hebben verdronken
    • wij zouden hebben verdronken
    • jullie zouden hebben verdronken
    • zij zouden hebben verdronken
  • Imperatief

    • jij verdrink
    • jullie verdrinkt

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van verdrinken