Vervoeging van verlichten

Onbepaalde wijs (infinitief): verlichten

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verlicht
    • jij verlicht
    • hij/zij/het verlicht
    • wij verlichten
    • jullie verlichten
    • zij verlichten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verlichtte
    • jij verlichtte
    • hij/zij/het verlichtte
    • wij verlichtten
    • jullie verlichtten
    • zij verlichtten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verlicht
    • jij hebt verlicht
    • hij/zij/het heeft verlicht
    • wij hebben verlicht
    • jullie hebben verlicht
    • zij hebben verlicht
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verlicht
    • jij had verlicht
    • hij/zij/het had verlicht
    • wij hadden verlicht
    • jullie hadden verlicht
    • zij hadden verlicht
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verlichten
    • jij zult verlichten
    • hij/zij/het zal verlichten
    • wij zullen verlichten
    • jullie zullen verlichten
    • zij zullen verlichten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verlicht hebben
    • jij zult verlicht hebben
    • hij/zij/het zal verlicht hebben
    • wij zullen verlicht hebben
    • jullie zullen verlicht hebben
    • zij zullen verlicht hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verlichten
    • jij zou verlichten
    • hij/zij/het zou verlichten
    • wij zouden verlichten
    • jullie zouden verlichten
    • zij zouden verlichten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verlicht
    • jij zou hebben verlicht
    • hij/zij/het zou hebben verlicht
    • wij zouden hebben verlicht
    • jullie zouden hebben verlicht
    • zij zouden hebben verlicht
  • Imperatief

    • jij verlicht
    • jullie verlicht

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van verlichten