Vervoeging van verpulveren

Onbepaalde wijs (infinitief): verpulveren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verpulver
    • jij verpulvert
    • hij/zij/het verpulvert
    • wij verpulveren
    • jullie verpulveren
    • zij verpulveren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verpulverde
    • jij verpulverde
    • hij/zij/het verpulverde
    • wij verpulverden
    • jullie verpulverden
    • zij verpulverden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verpulverd
    • jij hebt verpulverd
    • hij/zij/het heeft verpulverd
    • wij hebben verpulverd
    • jullie hebben verpulverd
    • zij hebben verpulverd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verpulverd
    • jij had verpulverd
    • hij/zij/het had verpulverd
    • wij hadden verpulverd
    • jullie hadden verpulverd
    • zij hadden verpulverd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verpulveren
    • jij zult verpulveren
    • hij/zij/het zal verpulveren
    • wij zullen verpulveren
    • jullie zullen verpulveren
    • zij zullen verpulveren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verpulverd hebben
    • jij zult verpulverd hebben
    • hij/zij/het zal verpulverd hebben
    • wij zullen verpulverd hebben
    • jullie zullen verpulverd hebben
    • zij zullen verpulverd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verpulveren
    • jij zou verpulveren
    • hij/zij/het zou verpulveren
    • wij zouden verpulveren
    • jullie zouden verpulveren
    • zij zouden verpulveren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verpulverd
    • jij zou hebben verpulverd
    • hij/zij/het zou hebben verpulverd
    • wij zouden hebben verpulverd
    • jullie zouden hebben verpulverd
    • zij zouden hebben verpulverd
  • Imperatief

    • jij verpulver
    • jullie verpulvert

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van verpulveren