Vervoeging van verstaan

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik versta
    • jij verstaat
    • hij/zij/het verstaat
    • wij verstaan
    • jullie verstaan
    • zij verstaan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verstond
    • jij verstond
    • hij/zij/het verstond
    • wij verstonden
    • jullie verstonden
    • zij verstonden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verstaan
    • jij hebt verstaan
    • hij/zij/het heeft verstaan
    • wij hebben verstaan
    • jullie hebben verstaan
    • zij hebben verstaan
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verstaan
    • jij had verstaan
    • hij/zij/het had verstaan
    • wij hadden verstaan
    • jullie hadden verstaan
    • zij hadden verstaan
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verstaan
    • jij zult verstaan
    • hij/zij/het zal verstaan
    • wij zullen verstaan
    • jullie zullen verstaan
    • zij zullen verstaan
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verstaan hebben
    • jij zult verstaan hebben
    • hij/zij/het zal verstaan hebben
    • wij zullen verstaan hebben
    • jullie zullen verstaan hebben
    • zij zullen verstaan hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verstaan
    • jij zou verstaan
    • hij/zij/het zou verstaan
    • wij zouden verstaan
    • jullie zouden verstaan
    • zij zouden verstaan
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verstaan
    • jij zou hebben verstaan
    • hij/zij/het zou hebben verstaan
    • wij zouden hebben verstaan
    • jullie zouden hebben verstaan
    • zij zouden hebben verstaan
  • Imperatief

    • jij versta
    • jullie verstaat

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van verstaan