Vervoeging van verstoten

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verstoot
    • jij verstoot
    • hij/zij/het verstoot
    • wij verstoten
    • jullie verstoten
    • zij verstoten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verstiet
    • jij verstiet
    • hij/zij/het verstiet
    • wij verstieten
    • jullie verstieten
    • zij verstieten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verstoten
    • jij hebt verstoten
    • hij/zij/het heeft verstoten
    • wij hebben verstoten
    • jullie hebben verstoten
    • zij hebben verstoten
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verstoten
    • jij had verstoten
    • hij/zij/het had verstoten
    • wij hadden verstoten
    • jullie hadden verstoten
    • zij hadden verstoten
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verstoten
    • jij zult verstoten
    • hij/zij/het zal verstoten
    • wij zullen verstoten
    • jullie zullen verstoten
    • zij zullen verstoten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verstoten hebben
    • jij zult verstoten hebben
    • hij/zij/het zal verstoten hebben
    • wij zullen verstoten hebben
    • jullie zullen verstoten hebben
    • zij zullen verstoten hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verstoten
    • jij zou verstoten
    • hij/zij/het zou verstoten
    • wij zouden verstoten
    • jullie zouden verstoten
    • zij zouden verstoten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verstoten
    • jij zou hebben verstoten
    • hij/zij/het zou hebben verstoten
    • wij zouden hebben verstoten
    • jullie zouden hebben verstoten
    • zij zouden hebben verstoten
  • Imperatief

    • jij verstoot
    • jullie verstoot

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van verstoten