Vervoeging van verstrakken

Onbepaalde wijs (infinitief): verstrakken
  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het verstrakt
    • zij verstrakken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het verstrakte
    • zij verstrakten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is verstrakt
    • zij zijn verstrakt
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was verstrakt
    • zij waren verstrakt
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal verstrakken
    • zij zult verstrakken
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal verstrakt zijn
    • zij zult verstrakt zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal verstrakken
    • zij zullen verstrakken
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn verstrakt
    • zij zullen zijn verstrakt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van verstrakken